geluidhinder Wet geluidhinder Wgh van de gemeente Nijkerk

Geluidshinder : Wet geluidhinder Nijkerk

Industrielawaai

Rond een industrieterrein dient een geluidszone te worden vastgesteld waarbuiten de geluidsbelasting vanwege dat industrieterrein de waarde van 50 dB(A) niet te boven mag gaan. Voor (geplande) geluidgevoelige bestemmingen buiten de grens van het industrieterrein, maar die binnen de geluidszone liggen of komen te liggen, geldt in beginsel een voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A) op de uitwendige scheidingsconstructie. Voor geluidgevoelige terreinen geldt dit ter plaatse van de terreingrens. Een woning of andere geluidgevoelige bestemmingen, gelegen op een gezoneerd industrieterrein, hoeven op grond van de Wet geluidhinder niet te worden beschermd.

Geluidhinder Een geluidszone rond een industrieterrein omvat de 50 dB(A)-contour vanwege alle activiteiten van alle inrichtingen op het industrieterrein die onder de Wet milieubeheer vallen. De ligging van de geluidszone is een afweging tussen de geluidsruimte voor de bedrijven en de bescherming van de omliggende woningen (of andere geluidgevoelige bestemmingen).

Indien uit akoestisch onderzoek blijkt dat de geluidsbelasting ter plaatse van geluidgevoelige bestemmingen de voorkeursgrenswaarde overschrijdt dient onderzoek te worden gedaan naar de mogelijkheden om de geluidsbelasting te reduceren. Dit kan door middel van bronmaatregelen of maatregelen in de overdracht (bijvoorbeeld afscherming). Indien blijkt dat deze maatregelen niet mogelijk en/of onvoldoende doeltreffend blijken te zijn kunnen burgemeester en wethouders afwijken van de voorkeursgrenswaarde en een hogere grenswaarde vaststellen.

In de Wgh is daarvoor een bovengrens opgenomen voor woningen, de maximaal toelaatbare geluidsbelasting (MTG). Indien de geluidsbelasting hoger is dan deze waarde, dan is het realiseren van woningen niet mogelijk. Als de geluidsbelasting ligt in de bandbreedte tussen de voorkeursgrenswaarde en de maximaal toelaatbare geluidsbelasting – het aandachtsgebied – dan is het realiseren van geluidgevoelige bestemmingen aan restricties gebonden en onder voorwaarden mogelijk. De waarde in het aandachtsgebied wordt een ‘hogere waarde’ genoemd. De vaststelling van deze hogere waarde wordt middels een formele procedure vastgesteld door burgemeester en wethouders, conform Hoofdstuk VIIIa Wgh. Een vastgestelde hogere waarde kan slechts eenmaal middels een hogere grenswaarde procedure met maximaal 5 dB(A) worden verhoogd – artikel 55 Wgh.

Voor andere geluidgevoelige gebouwen en terreinen kan eveneens een hogere waarde worden vastgesteld. De waarden van de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting alsmede de maximaal toelaatbare geluidsbelasting (MTG) zijn in een algemene maatregel van bestuur vastgesteld – Besluit geluidhinder (Bgh) artikel 2.1 en 2.2. De definitie van andere geluidgevoelige gebouwen en terreinen is opgenomen in artikel 1 Wgh en nader gespecificeerd in het artikel 1.2 Bgh.

https://voetbalkooi-hoevelaken.nl/voetbalkooi-hoevelaken.nl/wp-content/uploads/2017/08/evenemet.jpg

Zonebeheer versus zonebewaking

Onder zonebewaking is te verstaan het waken voor het overschrijden van geluidgrenswaarden. Zonebewaking staat in het teken van het ‘overlastmotief’. Zonebeheer daarentegen, is het omgaan met de beschikbare geluidsruimte. Dit bestemmingsplan richt zich derhalve ook op zonebeheer en derhalve niet op zonebewaking. Zonebeheer staat in het teken van het motief van een ‘goede ruimtelijke ordening’. Zonebewaking is krachtens de Wgh het exclusieve domein van de Wet milieubeheer (Wm). Dit volgt uit het feit dat de zonegrens ex artikel 40 Wgh is ingesteld om overlast in de vorm van geluid effectief tegen te gaan. Artikel 2.14 lid 1 sub c onder 2 Wabo (voorheen: artikel 8.8. lid 3 sub a. Wm) bepaalt dat de zonegrens in acht moet worden genomen.

De Wgh heeft uitsluitend zonebewaking tot doel en derhalve niet het zonebeheer. Dat blijkt uit het feit dat de Wgh voor de geluidsbelasting op het industrieterrein zelf geen normen bevat3 . De Wgh legt uitsluitend een relatie met de Wm als het gaat om zonebewaking. De milieuvergunning komt dan ook uitsluitend relevantie toe in het kader van de zonebewaking. De milieuvergunning reguleert de geluidsbelasting op de zonegrens. Binnen de zone, dus in het kader van het zonebeheer, komt aan de milieuvergunning geen relevantie toe.

De geluidsbelasting op het industrieterrein is een terrein waarover noch de Wgh, noch de Wm zich uitstrekken. Voor veel industrieterreinen, waaronder Bedrijventerrein 1, ontstaat daardoor een vacuüm aangezien de gemeentelijke praktijk zich doorgaans beperkt tot zonebewaking. Dit heeft tot gevolg dat op oneigenlijke wijze, namelijk via de milieuvergunning krachtens de Wm, ruimtelijke claims worden gelegd op de zone. Dat manifesteert zich in het feit dat een milieuaanvraag getoetst wordt aan de beperkingen die de bestaande vergunningen al op de zonegrens hebben gelegd. De ruimtelijke mogelijkheden binnen de zone van de één worden dus beperkt door milieurechten van de ander.

Zonebeheer via het bestemmingsplan

Het genoemde vacuüm kan uitsluitend via de Wet ruimtelijke ordening (Wro) worden opgevuld. De ruimtelijke ordening moet haar intrede doen op het gezoneerde industrieterrein, in die zin dat via het ruimtelijke instrumentarium een ordening tot stand wordt gebracht op het industrieterrein. Een geluidverkaveling, vertaald naar regels in een bestemmingsplan (geluidsemissie per kavel), is daartoe het geschikte middel (hierna wordt een dergelijk bestemmingsplan ‘geluidverkavelingsplan’ genoemd). Is eenmaal een bestemmingsplan vastgesteld voor het zonebeheer, dan bepaalt dat de mate waarin de geluidsruimte op het industrieterrein gebruikt mag worden. De oneigenlijke ruimtelijke claims die via de milieuvergunning op de zone (niet zijnde de zonegrens) zijn gelegd worden daarmee illusoir. Het in normatieve zin ‘braakliggende terrein’ van de zone is dan immers ingenomen door normering van de geluidgebruiksruimte in het bestemmingsplan.

Bedacht dient te worden, dat het geluidverkavelingsplan is ingegeven door ruimtelijke overwegingen. Het oogmerk van de regeling is immers een ‘goede ruimtelijke ordening’ van de geluidgebruiksruimte op het gezoneerde industrieterrein. Met het opnemen van geluidsnormen in het bestemmingsplan wordt aldus een optimale invulling van het bedrijventerrein beoogd. De betreffende normen hebben niet ten doel de kwaliteit van het milieu te beschermen. Daarmee zijn deze eisen niet aan te merken als een milieukwaliteitsnorm.

Geef een reactie aub